“Xan, wat is er aan de hand?”
“Niks, laat me met rust.”
“Xander, je weet wel beter dan tegen mij te liegen.”
“Ga weg.”
“Mij best. Je weet me te vinden.”
Ze draaide zich om en liep in de richting van de uitgang van het met bladeren bestrooide park. “Kira, wacht.”
Met een zucht draaide Kira zich weer om en liep terug naar de grote, kale eik. Ze leunde tegen de stam aan en keek naar boven. Xander Verzande, het plaatselijke buitenbeentje, die toevallig een van de populairste jongens op school was.
“Kira, het spijt me, dat had ik niet moeten doen,” zei hij in een oprechte toon.
“Wat niet?” vroeg ze, zijn excuses negerend.
“Ik had me moeten verbergen toen ik je aan zag komen,” grijnsde de jongen.
“Jaja, dan laat ik je wel met rust, Verzande.”
“Kier, blijf. Ik heb geen zin altijd maar alleen te zijn…”
“Je bent de populairste jongen op school, je hebt zoveel vrienden,” gaf ze kortaf als antwoord.
“Noem je populariteit vriendschap? Jij zou wel beter moeten weten, zou ik zeggen.”
“Ja, ik weet ‘t, Xan.”
Ze keek weer naar boven. Xander zat op een van de dikkere takken, de Droeftak. Ze zuchtte weer, “Ik zal het je nog een keer vragen. Wat is er aan de hand?”
“Weet je welke dag het is?” vroeg hij, waarop Kira haar hoofd schudde. “Het is de verjaardag van m’n vader.”
Nu moest ze toch even met haar ogen knipperen. Ze wist dat hij bij zijn opa woonde. Normaal gesproken negeerde hij alles dat met zijn ouders te maken had en sprak er ook nooit over. Ze bleef stil en wachtte tot hij zijn verhaal zou vervolgen. Dit deed hij echter niet. In plaats daarvan sprong hij naar beneden en landde vlak voor haar, waarna hij haar recht in de ogen keek.